TEST 35: English - Dutch
Drag the word to the blank!
bellen - bezoeken - bezorgd - dozijn - harde - kamer - kwalijk - nog - parkeren - rood - straat - super - voor - wegen - witte -
1. I beg your pardon! >
Neemt u mij niet
!
2. a hard man >
een
man
3. I would like some dry white wine. >
Ik wil graag een droge
wijn.
4. Half a dozen makes six. >
Een half
is zes.
5. Can I park here? >
Mag ik hier
?
6. he hasn't come back yet >
hij is
niet terug
7. We'll visit you tomorrow. >
Wij zullen je morgen
.
8. In what way? >
Op wat
manier? / Op welke manier?
9. to be uneasy / to worry about >
zich zorgen maken over /
zijn over
10. to call for the police >
de politie
11. to stop at the red light >
voor
stoppen
12. to weigh ten pounds >
vijf kilo
13. Does this road lead straight into the city? >
Leidt deze
rechtstreeks naar de stad?
14. Normal or premium? >
Normaal of
?
15. Is there a room vacant? >
Is er een
vrij?
Copyright © 1997-2010 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our
LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!