TEST 78: English - Dutch
Drag the word to the blank!
Een - Kom - belangrijk - bent - citroen - genoegen - koel - liever - ogenblik - ontmoeten - praten - rede - trein - vijftien - willen -
1. A table for ..., please. >
tafel voor ... personen graag.
2. I wonder / I would like to know >
ik zou graag
weten / ik vraag me af
3. I would like some salad with an oil and lemon dressing. >
Ik wil graag salade met een dressing van olie en
.
4. I would rather have wine than beer >
ik drink
wijn dan bier
5. be so kind as to >
doet u mij het
6. She'll meet her father. >
Zij zal haar vader
.
7. Where were you born? >
Waar
u geboren?
8. Thirteen, fourteen, fifteen, sixteen, seventeen, eighteen. >
Dertien, veertien,
, zestien, zeventien, achttien.
9. to give a speech on >
een
houden over / een toespraak houden over
10. to miss the train >
de
missen
11. to talk to someone >
met iemand
12. Come down! >
naar beneden!
13. it is cold >
het is
/ het is frisjes
14. it's of great importance to me >
het is enorm
voor mij
15. Just a minute, please! >
Een
, alstublieft!
Copyright © 1997-2010 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our
LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!