Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 12: Nederlands - Frans
études - amitiés - anniversaire - café - cet - commence - fois - garer - gauche - moment - montagne - occupée - prochain - route - visite -
1. de weg naar Berlijn >
la
de Berlin
2. vele groeten van mij aan >
Transmettez-lui mes meilleures salutations / mes
/ mon bonjour.
3. een rondrit door de stad / een rondleiding door de stad >
une
de la ville
4. Het nummer is in gesprek. >
La ligne est
.
5. het wordt licht / de dag breekt aan >
Il
à faire jour.
6. hij studeert in Berlijn >
Il fait ses
à Berlin.
7. zijn auto parkeren / zijn wagen parkeren >
sa voiture
8. links afslaan >
tourner à
9. ik ben een andere mening toegedaan / ik heb een andere mening >
Je ne suis pas de
avis.
10. Blijf nog een poosje! / Blijf nog even! >
Reste encore un
/ un peu !
11. in het gebergte >
à la
12. komend jaar / volgend jaar >
l’année prochaine / l’an
13. Op 30 juli ben ik jarig. >
Mon
est le 30 juillet.
14. op de koffie vragen >
inviter à prendre / boire le
15. drie maal drie is negen / drie keer drie is negen >
trois
trois font neuf
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: