Ask for a discount!

Language schools: Get 7% off!
LISA! Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern

TEST 44: Nederlands - Frans
J’allais - S’il - ancien - années - cheveux - d’or - dans - gentil - lendemain - mal - pour - retard - tard - tourner - vue -

1. laat 's nachts / 's nachts laat > dans la nuit
2. dat is erg vriendelijk van u / dat is erg aardig van u > C’est très de votre part.
3. te laat komen > être en
4. de volgende dag > le
5. rechts afslaan > à droite
6. een prachtig uitzicht > une magnifique
7. Zij heeft blond haar. > Elle a les blonds.
8. mijn oude leraar > mon maître
9. ik voel mij niet goed > Je ne me sens pas bien. / Je me sens mal. / Je vais .
10. ik wilde net weggaan > sortir. / J’étais sur le point de partir.
11. Ik zou graag een kaartje voor vanavond willen hebben. > J’aimerais bien un billet / une place ce soir.
12. Komt u over twee dagen terug! > Revenez me voir deux jours !
13. gouden / van goud > en or /
14. drie jaar lang > durant trois / pendant trois ans
15. Kunt u mij om ... wekken? > vous plaît, réveillez-moi à ...
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: