Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 47: Nederlands - Frans
avis - chacun - début - dire - feuille - font - froide - nuit - plaît - pommes - postales - quel - soleil - train - voyager -
1. Mag ik de leegstaande kamer zien? >
Puis-je voir la chambre à louer, s’il vous
?
2. van het begin tot het eind >
tout le long / du
jusqu’à la fin
3. de een na de ander >
son tour / l’un après l’autre / les uns après les autres
4. de trein nemen / per trein reizen >
prendre le
5. Een paar appels, alstublieft. >
Je voudrais des
, s’il vous plaît.
6. een vel papier >
une
de papier
7. zes min twee is vier >
six moins deux
/ égale quatre
8. met koud water >
à l’eau
9. het spreekt vanzelf dat / het is vanzelfsprekend dat >
il va sans
que / il va de soi que / naturellement,
10. ik ben een andere mening toegedaan / ik heb een andere mening >
Je ne suis pas de cet
.
11. Ik hou erg veel van reizen. >
J’aime vraiment beaucoup
.
12. Ik wil graag postzegels voor twee ansichtkaarten. >
Je voudrais des timbres pour deux cartes
.
13. Om welke reden? / Waarom? >
Pour quelle raison ? / Pour
motif ?
14. in de zon >
au
15. Goedenacht! / Welterusten! >
Bonne
!
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: