TEST 65: Nederlands - Frans
Drag the word to the blank!
éteindre - J’aimerais - assez - demande - feindre - libres - lumière - montre - partie - pour - printemps - quatre - qui - rétabli - visite -
1. Hartelijk dank voor een erg fijne dag. >
Merci
cette belle journée !
2. De lente komt vóór de zomer. >
Le
vient avant l’été.
3. gedeeltelijk / ten dele / deels >
en
4. iemand / de een of ander / wie dan ook >
n’importe
/ quelqu’un
5. het is half vijf >
Il est
heures et demie.
6. het licht aandoen >
allumer la
/ tourner le bouton
7. het licht uitdoen >
la lumière
8. Het spijt me, wij hebben geen kamer vrij. >
Je regrette, nous n’avons plus de chambres
.
9. niet zelden >
souvent
10. Wij hopen dat je hersteld bent. >
Nous espérons que tu es
/ que tu t’es remis.
11. Kijk op de klok hoe laat het is! >
Quelle heure est-il à ta
? / Quelle heure as-tu ?
12. ik vraag me af waarom >
je me
pourquoi
13. Ik zou graag een overhemd willen kopen. >
bien acheter une chemise.
14. doen alsof >
faire semblant de /
de
15. Kom eens langs! >
Passe me voir ! / Viens me rendre
!
Copyright © 1997-2010 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our
LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!