Ask for a discount!

Language schools: Get 7% off!
LISA! Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern

TEST 65: Nederlands - Frans
éteindre - J’aimerais - assez - demande - feindre - libres - lumière - montre - partie - pour - printemps - quatre - qui - rétabli - visite -

1. Hartelijk dank voor een erg fijne dag. > Merci cette belle journée !
2. De lente komt vóór de zomer. > Le vient avant l’été.
3. gedeeltelijk / ten dele / deels > en
4. iemand / de een of ander / wie dan ook > n’importe / quelqu’un
5. het is half vijf > Il est heures et demie.
6. het licht aandoen > allumer la / tourner le bouton
7. het licht uitdoen > la lumière
8. Het spijt me, wij hebben geen kamer vrij. > Je regrette, nous n’avons plus de chambres .
9. niet zelden > souvent
10. Wij hopen dat je hersteld bent. > Nous espérons que tu es / que tu t’es remis.
11. Kijk op de klok hoe laat het is! > Quelle heure est-il à ta ? / Quelle heure as-tu ?
12. ik vraag me af waarom > je me pourquoi
13. Ik zou graag een overhemd willen kopen. > bien acheter une chemise.
14. doen alsof > faire semblant de / de
15. Kom eens langs! > Passe me voir ! / Viens me rendre !
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: