Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 90: Nederlands - Frans
Aujourd’hui - Comment - Exactement - Normal - avant - billet - bon - font - malade - parents - préparer - six - table - tous - vin -
1. Vandaag ga ik naar de markt. >
, je vais au marché.
2. heen en weer / over en weer >
dans
les sens / d’un côté et de l’autre
3. Een tafel voor ... personen graag. >
Une
pour ... personnes, s’il vous plaît.
4. zes gedeeld door twee is drie >
divisé par deux font / égale trois
5. het eten koken / maken >
le repas
6. hij schijnt ziek te zijn >
Il a l’air
.
7. wij zijn verwant / wij zijn familie >
Nous sommes
/ cousins.
8. wijn drinken >
boire du
9. Ik zou graag een kaartje voor vanavond willen hebben. >
J’aimerais bien un
/ une place pour ce soir.
10. Hoe heet u? >
vous appelez-vous ? / Quel est votre nom ?
11. goedkoop inkopen >
acheter
marché
12. Normaal of super? >
ou super ?
13. kort daarvoor >
peu de temps
14. Precies! >
. / Tout à fait. / Absolument.
15. drie maal drie is negen / drie keer drie is negen >
trois fois trois
neuf
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: