Ask for a discount!

Language schools: Get 7% off!
LISA! Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern

TEST 98: Nederlands - Frans
être - Doucement - Unis - bon - chinois - depuis - hiver - médicaments - neuf - partit - plaît - porte - rue - venue - voix -

1. half tien > heures et demie
2. Kalmpjes aan! / Rustig aan! > !
3. aan het einde van de straat > au bout de la
4. hardop lezen > lire à haute
5. de Verenigde Staten > les Etats-
6. de deur is open > La est ouverte.
7. het eens zijn / akkoord gaan > d’accord
8. Hij ging met de boot en zij met de trein. > Il prit le bateau et elle le train. / Il en bateau et elle en train.
9. Zij verstaat Chinees. > Elle comprend le .
10. Zij was ziek, dus kwam zij niet. > Elle était malade, c’est pourquoi elle n’est pas .
11. sinds twee jaar > 2 ans
12. Winters gaan we vaak naar de bergen. > En , nous allons souvent à la montagne.
13. Ik heb medicijnen ingenomen. > J’ai pris des .
14. op de vroege ochtend / op de vroege morgen > de bonne heure / de matin
15. Kunt U wat langzamer rijden, alstublieft? > Conduisez / roulez plus lentement, s’il vous !
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: