Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 6: Nederlands - Portugees
cigarros - despedir - estacionar - estará - falar - fale - fatia - livres - línguas - nada - ouvir - porque - quarto - ver - água -
1. zacht praten / zacht spreken >
baixo
2. Mag ik een stuk taart? >
Uma
de bolo, por favor! / (Bras.: ) Um pedaço de torta, por favor.
3. De vierde. De vijfde. De zesde. >
O
. O quinto. O sexto.
4. Hebt U sigaretten zonder filter? >
Tem
sem filtro?
5. Het spijt me, wij hebben geen kamer vrij. >
Sinto muito, mas não temos quartos
.
6. afscheid nemen >
despedir-se / (Bras.: ) se
7. (geheel) gevuld met water >
cheio de
8. niets belangrijks >
de importante
9. hij kan elk moment hier zijn / hij kan elk ogenblik hier zijn >
a qualquer momento ele
/ vai estar aqui
10. zijn auto parkeren / zijn wagen parkeren >
o seu carro
11. ik vraag me af waarom >
pergunto-me
12. Morgen ga ik naar de film. >
Vou
o filme amanhã.
13. op de radio horen >
/ (Bras.: ) escutar na rádio
14. Spreekt u alstublieft langzaam. >
Por favor,
devagar.
15. vreemde talen >
estrangeiras
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: