Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 49: Nederlands - Portugees
Espero - Ontem - algum - calma - comboio - dezoito - fotos - idade - minha - podes - telefonicamente - trem - trás - ver - viajar -
1. Gaan wij met de trein of met de auto? >
Vamos de
ou de carro?
2. naar achteren >
para
3. naar het buitenland gaan / naar het buitenland reizen >
para o estrangeiro / (Bras.: ) exterior
4. Mag ik de leegstaande kamer zien? >
Posso
o quarto livre por favor?
5. Vanmiddag. Gisteravond. >
Esta tarde.
noite.
6. Neemt u rustig de tijd! >
Demore o tempo que for necessário! / Vá com
!
7. een beetje geld / wat geld >
dinheiro / (Bras.: ) um pouco de dinheiro
8. Dertien, veertien, vijftien, zestien, zeventien, achttien. >
Treze, quatorze, quinze, dezasseis, dezassete,
.
9. zich telefonisch melden >
contactar
/ ligar para alguém
10. hij is van mijn leeftijd >
ele tem a
idade
11. wij zijn even oud >
temos a mesma
12. ik heb de trein gemist >
perdi o comboio / (Bras.: )
13. Ik hoop dat we elkaar weerzien. >
que nos encontremos de novo.
14. Ik kan niet begrijpen, hoe je zo lang kunt slapen. >
Não compreendo como
dormir tanto.
15. foto's nemen / foto's maken >
tirar
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: