TEST 5: português - neerlandês
Drag the word to the blank!
Stapt - avondeten - doen - genoegen - haast - kamers - midden - papier - pas - tafel - talen - vrachtauto - werk - wilt - woorden -
1. o camião / (Bras.:) caminhão >
de
/ de vrachtwagen
2. O senhor vai descer? >
u uit?
3. jantar >
souperen / het
nuttigen
4. Para a mesa, por favor! >
Aan
, alstublieft! / Het eten is klaar!
5. faça-me o favor >
doet u mij het
6. tenho pressa >
ik heb
7. finalmente fazer algo >
uiteindelijk iets
8. uma folha de papel >
een vel
9. uma trabalho pesado >
zwaar
10. no meio >
in het
11. Como queira / Como achar melhor! >
Zoals u
! / Zoals u wenst!
12. por outras palavras >
met andere
13. as divisões da casa >
de
van het huis
14. línguas estrangeiras >
vreemde
15. só amanhã >
morgen / niet voor morgen
Copyright © 1997-2010 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our
LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!