Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 20: português - neerlandês
aardig - adres - brengen - dag - geld - koffie - man - overhemd - politiek - radio - regende - van - verboden - verhuren - willen -
1. Não gostariam de vir a nossa casa? >
Zoudt U ons een bezoek
brengen?
2. falar de política >
over
praten
3. para alugar >
4. Desliga ... / (Bras.:) Desligue o rádio! >
Doe de
uit!
5. Chovia, por isso não pudemos sair. >
Het
, daarom konden wij niet naar buiten gaan.
6. Anote o seu nome e endereço. >
Schrijft u hier uw naam en
.
7. no dia seguinte >
de volgende
8. tomar café >
drinken
9. Como se chamam as crianças? >
Wat is de naam
de kinderen?
10. Traga-me um pouco de limão. >
Kunt u mij een schijfje citroen
?
11. Proibido colar / afixar cartazes! >
affiches te plakken
12. isso é muito amável / simpático da sua parte >
dat is erg vriendelijk van u / dat is erg
van u
13. Este homem está ferido. >
Deze
is gewond.
14. Eu não tenho dinheiro suficiente. >
Ik heb niet genoeg contant
.
15. Eu queria comprar uma camisa. >
Ik zou graag een
willen kopen.
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: