Ask for a discount!

Language schools: Get 7% off!
LISA! Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern

TEST 37: português - neerlandês
Hoeveel - Kerstfeest - Mag - Normaal - aardappelen - auto - dozijn - eerste - geleden - kijken - kon - paar - taxi - welke - zout -

1. o primeiro / a primeira > de / het
2. De que maneira? > Op wat voor manier? / Op manier?
3. Feliz Natal e um bom Ano Novo! > Vrolijk en een gelukkig nieuwjaar!
4. olhar pela janela > uit het raam
5. um par de sapatos > een schoenen
6. Uma meia dúzia são seis. > Een half is zes.
7. Normal ou super? > of super?
8. Posso ver o quarto livre por favor? > ik de leegstaande kamer zien?
9. estacionar o seu carro > zijn parkeren / zijn wagen parkeren
10. Isto tem sal? > Zit er in?
11. Estou feliz por você ter podido vir. > Ik ben blij dat je komen.
12. Eu queria uma carne assada com batatas. > Ik wil graag gebraden vlees met .
13. Quantas vezes? > keer?
14. há algum tempo > enige tijd
15. táxi ocupado > bezet
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: