Ask for a discount!

Language schools: Get 7% off!
LISA! Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern

TEST 54: português - neerlandês
aan - beetje - boven - brengen - eten - half - hele - lente - nooit - plezier - prachtig - rechterarm - sigaretten - taxi - zending -

1. A Primavera vem antes do Verão. > De komt vóór de zomer.
2. é a minha vez > ik ben de beurt / het is mijn beurt
3. a noite inteira > de nacht / heel de nacht
4. são quatro e meia > het is vijf
5. Mais alguma coisa? > Nog een ?
6. acima de zero > nul
7. Recebemos a sua remessa. > Wij hebben uw ontvangen.
8. Tem cigarros? > Hebt u ?
9. levar ao hospital > naar het ziekenhuis / vervoeren
10. Divirta-se! > Veel !
11. uma vista magnífica > een uitzicht
12. Por favor, chame-me um táxi. > Kunt u voor mij een bellen?
13. Eu não consigo mexer o meu braço direito. > Ik kan mijn niet bewegen.
14. nunca mais > meer
15. Há comida suficiente para todos / (Bras.:) Tem comida para todos. > Er is genoeg voor iedereen.
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: