Ask for a discount!

Language schools: Get 7% off!
LISA! Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern

TEST 64: português - neerlandês
afgelopen - bewegen - blijft - gedeeld - geen - koken - kosten - maar - tijd - uitzicht - verboden - verstaat - vijf - warm - zoete -

1. O comboio está atrasado / dentro do horário. > De trein heeft een vertraging / is op .
2. é proibido parar > het is te stoppen
3. Não se mova! > Niet .
4. não tenho dinheiro comigo > ik heb geld bij me
5. fazer / preparar a comida > het eten / maken
6. seis a dividir por dois dá três > zes door twee is drie
7. Deixe-me ser eu a fazer / (Bras.:) Deixe por minha conta! > Laat mij dat doen!
8. água quente > water
9. Ela compreende muito pouco de inglês. > Zij heel weinig Engels.
10. uma vista magnífica > een prachtig
11. domingo passado > zondag
12. Esperemos que o tempo se mantenha bom. > Laten we hopen dat het weer goed .
13. Estão cinco graus abaixo de zero. > Het is graden onder nul.
14. Eu queria vinho tinto doce. > Ik wil graag een rode wijn.
15. Quanto custam as maçãs? > Hoeveel deze appels?
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: