Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 68: português - neerlandês
Voor - Waar - auto - bestellen - bioscoop - dicht - examen - kost - meer - nat - nog - spreken - terug - uur - vertrek -
1. O meu carro já não tem mais gasolina. >
Ik heb geen benzine
.
2. A prova foi difícil. >
Het
was zwaar.
3. falar sobre algo >
over iets praten / over iets
4. Vamos de comboio ou de carro? >
Gaan wij met de trein of met de
?
5. Feche a porta, por favor! >
Deur
a.u.b.! / Deur sluiten a.u.b.
6. pedir uma cerveja >
een pilsje
7. pelas oito horas >
tegen acht
8. ainda e sempre / continua ainda ... >
altijd
9. ele ainda não voltou >
hij is nog niet
10. Onde posso achar um posto de gasolina? >
kan ik een benzinepomp vinden?
11. molhar-se >
worden
12. Gostaria de ir esta noite ao cinema. >
Vanavond zou ik graag naar de
willen gaan.
13. Vou partir amanhã bem cedo. >
Ik
morgen vroeg.
14. Até quando? >
Tot wanneer? /
wanneer?
15. custa muito caro / dinheiro >
dat
veel geld
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: