Ask for a discount!

Language schools: Get 7% off!
LISA! Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern

TEST 76: português - neerlandês
avond - beneden - bezoek - donkerbruin - ergs - gemengde - goed - groot - groter - half - hulp - keer - nul - pijn - verdieping -

1. o dobro de > twee zo veel / twee maal zo veel
2. nada de grave > niets
3. cada vez maior / sempre maior > steeds
4. abaixo de zero > onder
5. Pede ajuda ao teu pai. > Vraag je vader om .
6. ter convidados / visitas > / gasten hebben
7. ele magoou-me / (Bras.:) ele me machucou > hij heeft mij gedaan
8. No andar de baixo. > Op de onderste .
9. Como ele está grande! > Wat is hij !
10. nove e vinte e cinco > vijf voor tien
11. Os olhos dele são castanhos escuros. > Zijn ogen zijn .
12. Os quartos não foram bem limpos. > De kamers werden niet schoongemaakt.
13. Eu queria uma salada mista sem tomate. > Ik zou graag een salade zonder tomaten willen.
14. numa noite > op een
15. lá / ali em baixo > daar
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: