Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 81: português - neerlandês
beetje - geld - geluk - graag - halen - kaarten - kopen - mogelijk - tafel - trots - uit - vader - vijf - zenden - zeventien -
1. são quatro e meia >
het is half
2. mandar chamar / (Bras.:) buscar o médico >
de dokter
3. mandar pelo correio >
per post
/ per post sturen
4. tanto quanto possível >
zo veel
5. Dar sorte. >
brengen
6. Fazer o câmbio / Trocar dinheiro. >
wisselen
7. Devia estar orgulhoso dele / la. >
Je kunt
op hem zijn!
8. Ela vai encontrar-se com o (seu) pai / pai (dela). >
Zij zal haar
ontmoeten.
9. um pouco de paciência >
een
geduld
10. Onde posso comprar selos? >
Waar kan ik postzegels
?
11. jogar cartas >
12. Por favor, uma mesa para ... pessoas. >
Een
voor ... personen graag.
13. Treze, quatorze, quinze, dezasseis, dezassete, dezoito. >
Dertien, veertien, vijftien, zestien,
, achttien.
14. eu não me importo >
het maakt mij niets
15. Eu queria salada temperada com azeite e limão. >
Ik wil
salade met een dressing van olie en citroen.
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: